Brandweer wist niet dat vitaal telecomknooppunt was gevestigd in afgebrand pand

Het lijkt een paradox: je hebt als ondernemer je brandveiligheid goed geregeld en toch verlamt brand je vitale bedrijfsprocessen. Het overkwam telecomprovider Vodafone op 4 april dit jaar bij een brand in een bedrijvengebouw in Rotterdam. Onderzoek van Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond naar de brandoorzaak, brandontwikkeling en incidentbestrijding levert lessen op die ook andere bedrijven en instellingen ter harte kunnen nemen. ‘Maak een grondige risicoanalyse en investeer meer in risicobeheersing aan de voorkant van de veiligheidsketen’, zo luidt het advies. De oorzaak van de brand blijft volgens de onderzoekers in nevelen gehuld.

In het gebouw waar de brand op 4 april jongstleden uitbrak was behalve een fabriekje voor nautische instrumenten ook een vitale telefooncentrale van het Vodafonenetwerk gevestigd. Dat liep dermate grote schade op dat het mobiele telefoonverkeer in een groot deel van het land dagenlang ontregeld raakte. Bij de Vodafonebrand, die dus in een naastgelegen bedrijf ontstond, wist de brandweer niet dat zich in het gebouw zo’n vitaal knooppunt van het mobiele telefonienetwerk bevond. Niet dat het in dit geval veel had uitgemaakt, want bij aankomst van de brandweer was de brand al zodanig ontwikkeld dat het tij niet meer te keren was. Dat de brand zo’n grote schade kon aanrichten is volgens de onderzoekers vooral het gevolg van gemiste kansen in de schakels proactief handelen en preventie. En dat terwijl het gebouw aan alle bouwtechnische brandveiligheidseisen voldeed en het telecombedrijf ook intern stevige brandbeveiligingsmaatregelen had getroffen. Hoe kon zich dan toch een brand met zo’n grote impact ontwikkelen?

Brand bij de buren

De onderzoeksresultaten van het Team Brandonderzoek zijn waarschijnlijk exemplarisch voor veel bedrijfssituaties in Nederland. Op bedrijventerreinen staan tal van gebouwen waar vitale of kwetsbare bedrijfsprocessen met een maatschappelijke functie achter de muren schuilgaan. De brandweer is lang niet altijd op de hoogte van het grote belang van objecten, voor de onderneming of voor de samenleving. En feitelijk is de bescherming van die belangen ook geen zaak voor de overheid. De wettelijke brandveiligheidsregelgeving beperkt zich immers tot de veiligheid van personen, het voorkomen van brandoverslag naar belendingen en een veilige brandweerinzet. Het behoud van het gebouw en de continuïteit van de bedrijfsprocessen zijn een verantwoordelijkheid voor de eigenaar en gebruikers van een pand.

Risicoprofiel

‘Er is nog veel winst te boeken’, concludeert Remco van Werkhoven, teamcoördinator brandonderzoek, op basis van het onderzoek naar de brand. ‘De brand ontstond niet in het pand van Vodafone, maar in het bedrijfje ernaast in hetzelfde gebouw. Een bedrijf met op zich een laag risicoprofiel waarvoor geen bijzondere brandveiligheidseisen zoals een brandmeldinstallatie of sprinkler golden. De scheiding tussen beide bedrijven was geen volwaardige brandscheiding, maar had desondanks een behoorlijke weerstand tegen branddoorslag. Het ging mis doordat het vuur zich via de isolatie in het dak voortplantte naar het naburige bouwdeel, waarna rook, roet en bluswater hun verwoestende werk deden’, aldus Van Werkhoven. Omdat het gebouw in feite wordt beschouwd als één brandcompartiment, kan niet worden gesproken van het falen van de brandscheiding, want die was niet voorgeschreven. En evenmin van het falen van de door Vodafone zelf gerealiseerde brandmeldinstallatie en de extra beschermingsschil met blusinstallatie rond de vitale telefooncentrale in het gebouw. Die preventieve voorzieningen waren volgens Remco van Werkhoven aanmerkelijk zwaarder dan de wet voorschreef, dus daaraan lag het niet.

Remco van Werkhoven, teamcoördinator brandonderzoek Vodafone: ‘De zwakke schakel in dit verhaal was de buurman in hetzelfde gebouw, die geen brandveiligheidsmaatregelen had getroffen, maar die waren ook niet verplicht. Door het ontbreken van een brandmeldinstallatie kon het vuur in het bedrijf zich langere tijd ontwikkelen en werd het pas ontdekt nadat de rook al doordrong tot het naastgelegen bouwdeel van Vodafone.’

Risicoanalyse

Een cruciale les voor het bedrijfsleven is volgens Van Werkhoven dat ondernemers bij de keuze voor hun huisvesting een degelijke risicoanalyse moeten maken van hun kwetsbare bedrijfsprocessen. Zij kunnen dan goed onderbouwd de vraag beantwoorden of een bepaald gebouw wel geschikt is om hun vitale processen in onder te brengen. Keerzijde van een bedrijfsverzamelgebouw is dat een ondernemer het gebouw deelt met andere bedrijven en dan moet je er, naast de eigen brandveiligheidsmaatregelen, ook op kunnen vertrouwen dat de buren hun brandpreventie goed voor elkaar hebben.

Van Werkhoven: ‘Omdat veel bedrijven niet verder gaan dan het wettelijk vereiste minimum, kunnen dus situaties ontstaan die weliswaar voldoen aan de eisen, maar die desondanks niet voldoende beschermingsniveau bieden voor kwetsbare bedrijfsprocessen. Niemand kan worden aangesproken op verwijtbaar handelen, want wettelijk is het voor elkaar. De sleutel tot het voorkomen van onnodige schade ligt in een hogere mate van veiligheids- en risicobesef. Bedrijven zouden zich breder moeten oriënteren op continuïteitsrisico’s die zij lopen. En als zij huisvesting delen met anderen, betekent dit dat zij ook met hun buren in overleg moeten om gezamenlijk het brandveiligheidsniveau van een gebouw te waarborgen. Een bedrijf zou bijvoorbeeld kunnen bijdragen aan de financiering van brandveiligheidsmaatregelen bij zijn buren om zo zelf een hogere beschermingsgraad te krijgen.’

Stappenplan

Bedrijven kunnen volgens Van Werkhoven houvast vinden in het model Integrale Brandveiligheid Bouwwerken van het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid. Het is een stappenplan om voor een bouwwerk een optimaal brandveiligheidsniveau te realiseren met een afgewogen mix van bouwkundige, installatietechnische en organisatorische maatregelen. Niet geredeneerd vanuit minimumeisen in de wet, maar vanuit risicobewustzijn en verantwoordelijkheid voor de eigen continuïteit en maatschappelijk belang.

‘Brandveiligheid begint bij risicobewustzijn en risicoanalyse’, aldus Van Werkhoven. ‘Als veiligheidsregio willen we het bedrijfsleven actiever gaan benaderen om hen te stimuleren met een bredere blik naar de brandveiligheid in hun gebouwen te kijken. Hoewel het geen wettelijke taak voor ons is willen we, binnen de marges van onze personele en financiële capaciteit, bedrijven daarbij wel ondersteunen met advies. Wij hebben immers veel kennis van preventie en brandontwikkeling in huis.’

Het zou volgens Van Werkhoven helpen als de brandweer een beter beeld heeft van kwetsbare en vitale bedrijven in haar verzorgingsgebied. De brandonderzoeker erkent dat de brandweer nu in veel gevallen niet weet welke voor de maatschappij belangrijke processen in bedrijven worden uitgevoerd. In dat opzicht staat de brand van 4 april niet op zichzelf.

Brandmeldcentrale

‘Het grootste deel van de bedrijven heeft bijvoorbeeld geen verplichting voor een rechtstreekse aansluiting van een brandmeldcentrale op de regionale meldkamer. Die plicht geldt alleen voor objecten waar grote aantallen mensen verblijven en voor gebouwen met kwetsbare bewonersgroepen zoals zorginstellingen. Als bedrijven die niet in die categorie vallen al een brandmeldinstallatie hebben, is die meestal aangesloten op een particuliere alarmcentrale. Bedrijven die kunnen aantonen dat zij een vitale functie hebben of bij brand onacceptabel grote schade lijden, kunnen in overleg met ons alsnog kiezen voor een rechtstreekse aansluiting op de regionale meldkamer. Het voordeel daarvan is dat er dan van het bedrijf bereikbaarheidskaarten en aanvalsplannen worden gemaakt, zodat de uitrukdienst goed op de hoogte is van de situatie in het gebouw en de specifieke risico’s. Dan kunnen we bij een brandmelding sneller en effectiever optreden. Maar het belangrijkst is dat investeren aan de voorkant van de veiligheidsketen zich terugverdient in het voorkomen en beperken van brand. We willen in overleg met de private sector in onze regio het bedrijvenbestand eens goed gaan doorlichten en zo risico-objecten identificeren waarvoor een integrale brandveiligheidsbenadering gewenst is. Zo kunnen we als overheid en bedrijfsleven samen werken aan verbetering van brandveiligheid in de samenleving en het voorkomen van onnodige maatschappelijke schade. De oorzaak van brand zal volgens de onderzoekers overigens nooit meer worden opgehelderd. De brand was zo hevig dat eventuele sporen zijn vernietigd.

Reactie Vodafone

Vodafone deelt de conclusie van de brandweer dat bedrijven een gedegen risicoanalyse moeten maken om brand zoveel mogelijk te voorkomen. Om die reden had de provider, bovenop de wettelijke verplichting, een brandmeldinstallatie die is aangesloten op de meldkamer van een Particuliere Alarmcentrale (PAC) en een extra beschermingsschil met blusinstallatie rond de vitale telefooncentrale. Daarnaast was er permanente videobewaking en toegangscontrole, waardoor de switches 24/7, op afstand werden bewaakt. Naar aanleiding van de netwerkstoring op 4 april 2012 is Vodafone een onderzoek gestart en voert de provider gesprekken met diverse stakeholders om lessen te trekken (lees hier verder). Het uitgangspunt daarbij is enerzijds dat de kans op een storing zo klein mogelijk is en anderzijds dat als een storing zich voordoet, de impact voor de klanten zoveel mogelijk beperkt kan worden.

Lessen

  1. Ten eerste zal Vodafone maatregelen nemen met betrekking tot het inrichten van de netwerkinfrastructuur en back-up van het netwerk. Zo maakt de onderneming andere keuzes bij het bepalen van de locatie, de beveiliging van de locaties en de back-up van het netwerk. Op dit moment worden om die reden bijvoorbeeld systemen herbouwd om te zorgen dat het netwerk een calamiteit van deze omvang beter kan opvangen. Zo werkt Vodafone aan het scheiden van de 2G- en 3G-systemen, zodat als het ene systeem uitvalt, het andere systeem blijft werken en vice versa, waardoor de impact op de klanten zo klein mogelijk is. Daarnaast is de telecomprovider begonnen met het implementeren van nieuwe technieken, waardoor de tijd die nodig is voor het opnieuw aansluiten van de masten op het netwerk tot een minimum wordt beperkt.
  2. Ten tweede kijkt Vodafone naar de mogelijkheid om terug te vallen op de netwerken van andere telecomaanbieders bij grote storingen. Vodafone voert hierover gesprekken met andere netwerkbeheerders en het ministerie van EL&I.

 

BTG: Verbinding, verbreding en verdieping

Branchevereniging ICT en Telecommunicatie Grootgebruikers (BTG) behartigt de belangen van Nederlandse bedrijven en instellingen door kennis over te dragen en ervaringen uit te wisselen o.a. tijdens events

BTG in beeld en geluid

Expertsessies

Magazine

BTG in Business - Najaar 2021
Lees de laatste editie

Meld je aan voor onze nieuwsbrief!

Op de hoogte blijven van evenementen en het laatste nieuws? Schrijf je dan nu in voor onze nieuwsbrief.
  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.