Stratix brengt het mobiele landschap na de veiling in kaart

‘Het is een misverstand om te veronderstellen dat alleen de zittende grote telecomproviders kans hebben een serieuze speler te worden voor het aanbieden van een goede 4G-dienst in Nederland. Partijen die dit stellen zien over het hoofd dat de overige twee spelers al in 2010 afdoende spectrum verworven hebben voor capaciteit, en dat Tele2 nu, net als KPN en Vodafone, ook nog een blok van 2*10 MHz op de 800 MHz heeft verkregen. Tele2 heeft van alle spelers zelfs het grootste onmiddellijk voor LTE inzetbare stuk spectrum.’ Dit stellen Stratix-partners Paul Brand en Dick van Schooneveld in een whitepaper waarin het mobiele landschap in Nederland na de frequentieveiling in kaart wordt gebracht.

Alleen de joint venture Ziggo/UPC (ZUM) heeft volgens de opstellers van de whitepaper niet de mogelijkheid om zelfstandig een volledig netwerk uit te rollen, bij gebrek aan laag spectrum. Dat neemt niet weg dat Ziggo/UPC met een combinatie van eigen LTE, ingekochte diensten, en eigen WiFi (gebruikmakend van bestaande routers bij klanten) een relevante dienst zou kunnen bieden.

In de whitepaper wordt uiteengezet dat bij de nieuwste generatie mobiele communicatie (4G), door de verbeterde technische eigenschappen van de toegepaste long term evolution-techniek, ook met een beperkte hoeveelheid spectrum concurrerende mobiele diensten kunnen worden geboden. Daar komt bij dat marktpartijen, door de wijzigingen in het frequentiebeleid sinds 2000, veel ruimere mogelijkheden hebben om efficiënt en effectief te opereren.

WiMAX

Met de 2,6 GHz veiling van 2010 is voor het eerst technologie-flexibel geveild. Toch kreeg die veiling in de volksmond de aanduiding WiMAX-veiling, ook al waren er toen al indicaties dat geen enkele marktpartij daadwerkelijk WiMAX wilde implementeren. Ook nu wordt de multi-band veiling ook wel aangeduid als 4G/LTE-veiling, al staat het marktpartijen vrij om op de verworven frequenties nog jaren gsm (2G) of UMTS/HSPA (3G) in te zetten. Men mag echter op de betreffende banden ook de nieuwe 4G-techniek inzetten. Sommige financieel analisten suggereerden in recente commentaren dat als er over enkele jaren een efficiëntere opvolger zou komen van de LTE-techniek (zeg maar 5G), de nu geveilde frequenties niet ook voor die techniek kunnen worden ingezet. Dat klopt niet; de veiling betrof frequenties ten behoeve van mobiele communicatie, zonder koppeling aan een specifieke mobiele communicatietechnologie.

Overgangsjaar

Het is volgens de auteurs zaak om een scherp onderscheid te maken tussen de formele technische mogelijkheden die nu zijn gecreëerd op zowel de geveilde ‘oudere’ 900, 1800, 2100 en 2600 MHz banden als de ‘nieuw’ vrijgemaakte 800 MHz band, en het commercieel taalgebruik dat spreekt over 2G, 3G en 4G. Welke techniek men als operator het beste kan inzetten op een frequentieband is mede afhankelijk van wat fabrikanten van veelgevraagde mobiele randapparatuur (Apple, Samsung, HTC, Nokia, Amazon, Kindle et cetera) besluiten te implementeren. De meeste smartphones kunnen nu al gsm (2G) en HSPA (3G) aan op meerdere frequenties en daar komt nu dus LTE (4G) bij. Gezien het grote aantal frequentiebanden waarop LTE mogelijk is, zullen fabrikanten echter niet meteen alle banden in elk apparaat implementeren. Het jaar 2013 zal wat dat betreft dus een overgangsjaar zijn. Op dit moment bieden fabrikanten de meeste randapparaten in de 1800 MHz en de 2600 MHz banden, maar ook voor de 800 MHz band zijn al voldoende randapparaten beschikbaar. Voor de 900 MHz en 2100 MHz banden zijn vooralsnog veel minder randapparaten beschikbaar. Deze banden worden in de praktijk nog nauwelijks voor LTE gebruikt.

Single RAN

Aan de infrastructuurzijde, bij de zendmasten, is het nu mogelijk om basisstations neer te zetten die verschillende radioprotocollen (gsm, HSPA, LTE) ondersteunen: een zogenaamde single RAN (radio access network). Men kan met die apparatuur schakelen van de ene naar de andere radiotechniek, zonder een extra bezoek aan de site. Deze single RAN-techniek biedt ook meer opties om gezamenlijk (met meerdere operators) een basisstation te delen. Kortom: het frequentiebeleid is aanzienlijk versoepeld qua technische voorwaarden, de technologie is daar op aangepast, en welke technologie op welke band wordt ingezet, is een keuze van de operators, die daarbij een scherp oog houden op wat de randapparatuurfabrikanten implementeren. De infrastructuur kan voldoende flexibel ingericht worden.

Het ontwerp van een mobiel netwerk is altijd een compromis tussen dekking, capaciteit, en beschikbaar spectrum.

Compromis

Hoeveel spectrum is er nodig om een commercieel gezien zinnige LTE-dienst te leveren? Volgens de auteurs is er geen eenduidig antwoord op die vraag te geven. In principe is meer spectrum altijd nuttig, maar niet noodzakelijk. Het ontwerp van een mobiel netwerk is altijd een compromis tussen dekking, capaciteit, en beschikbaar spectrum. Met minder spectrum kan dezelfde dienst geleverd worden, maar dan zijn er meer basisstations nodig. Die afweging valt in rurale gebieden weer anders uit dan in stedelijke gebieden, en hangt ook af van het verwachte aantal klanten en de manier waarop de dienst verkocht dan wel gebruikt wordt. Voor dekking op het platteland zijn vooral de lagere frequentiebanden populair, omdat met deze frequenties veel grotere cellen te bouwen zijn. In gebieden waar relatief weinig verkeer te verwachten is, kan daarmee met beperkte investering een goede dekking gerealiseerd worden. In de steden is een combinatie van lage en hoge frequenties het meest effectief. De lage frequenties dringen beter door in gebouwen, en helpen daardoor voor dekking te zorgen, terwijl de hoge frequenties gebruikt kunnen worden om lokaal veel capaciteit te leveren waar dat nodig is.

Lage frequenties (<1 GHz) worden ingezet voor geografische dekking en hogere frequenties (>1 GHz) voor capaciteit.

Vuistregel

Een bekende vuistregel is dat lage frequenties (<1 GHz) worden ingezet voor geografische dekking en hogere frequenties (>1 GHz) voor capaciteit. De absorptie door steen, hout en vocht in muren en ook afscherming van met metaal gecoate (getinte) ramen zorgt met name bij de hoge frequenties voor een slechtere indoor dekking, vooral voor dataverkeer. Dit verkeer kan binnenshuis echter in veel gevallen ook via WiFi worden verwerkt. Dit wordt aangeduid als WiFi off-load. Daarmee wordt de behoefte aan indoor capaciteit beperkt, maar de dekking is nog steeds essentieel. Kortom: aanbieders hebben, voor commerciële dienst, behoefte aan laag én hoog spectrum, waarbij de capaciteit vooral via het hoge spectrum wordt geleverd.

Ruilverkaveling

Om een fatsoenlijk planbaar radionetwerk te kunnen realiseren, was het bij eerdere generaties mobiele netwerken nodig om te beschikken over een aantal frequentieblokken van tenminste een bepaalde minimale grootte. Een van de minder bekende aspecten van de recente multi-band veiling is dat deze veiling deels ook een ruilverkaveling was, zodat kleinere blokken spectrum zouden verdwijnen en er op 900 en 1800 MHz met 5 MHz blokken kan worden gewerkt, en men op die frequenties ook UMTS/HSPA kan inzetten. UMTS (3G) heeft als minimum 2*5MHz nodig, maar in de praktijk is dat te weinig om een goed netwerk mee te bouwen. Bij gebruik van slechts één blok van 2*5MHz moet de celgrootte zorgvuldig op het verwachte aantal actieve gebruikers in een cel af worden gestemd. Meer verkeer per gebruiker of grotere aantallen klanten, betekent dat men dan de celomvang moet verkleinen en daarom vlot cellen moet bijbouwen. Met een tweede blok kan de capaciteit lokaal vergroot worden, zonder de celindeling aan te tasten. LTE is echter een stuk flexibeler dan UMTS. Met LTE is het mogelijk om een effectief netwerk te bouwen met slechts één blok van 2*5 MHz, doordat de beschikbare capaciteit beter tussen cellen verdeeld kan worden. Desondanks zal een operator bij voorkeur meerdere blokken gebruiken, met name om snel capaciteit te kunnen leveren. Kortom: om een goed netwerk te bouwen is relatief weinig spectrum nodig (minstens 2*5 MHz, en bij voorkeur 2*10 MHz). Alle aanbieders zouden dan ook meteen een dekkend LTE-netwerk kunnen bouwen, behalve Ziggo/UPC, dat alleen hoge frequenties heeft.

Capaciteit

Door de verbeterde spectrale efficiëntie van LTE kan een veel hogere capaciteit per cel worden gerealiseerd dan bij UMTS/HSPA. Daardoor kan een aanbieder met relatief weinig opstelpunten, toch een behoorlijke capaciteit leveren. LTE kan, met 20 MHz spectrum, gemiddeld 30 Mbit/s per sector leveren. Op die wijze kan een opstelpunt met drie sectoren, capaciteit kan bieden voor zo’n 3.000 gebruikers. Een operator die een huidige 3G-techniek inzet zou daar - afhankelijk van de precieze implementatie - twee tot vier opstelpunten voor nodig hebben. Wie als operator voor het leveren van capaciteit 2*20 MHz op de 2,6 GHz bezit, kan dus zonder veel problemen een dienst in de markt zetten met capaciteit voor gemiddeld 3.000 gebruikers per opstelpunt. Met bijvoorbeeld duizend opstelpunten om dekking te leveren (voornamelijk via de 800 MHz band), en nog duizend opstelpunten voor capaciteit (2,6 GHz), zou een operator drie miljoen gebruikers kunnen bedienen – zo’n 15 procent van het totale aantal mobiele gebruikers, maar dan wel (in de huidige marktsituatie) de gebruikers met de grootste databehoefte. Zodra je met een dergelijke indeling als operator tegen de grenzen aan komt, heb je altijd nog een paar opties: extra opstelpunten op drukke punten plaatsen (microcellen), meer sectoren per mast inzetten, opstelpunten binnen gebouwen plaatsen (pico- en femtocellen), of het verkeer afhandelen via WiFi off-load.  Met LTE is dus veel capaciteit te leveren voor een relatief kleine investering, in vergelijking met de eerdere technologieën.

Uitrolverplichting

In 2010 heeft de Rechtbank Rotterdam vastgesteld dat de Europese regelgeving helemaal niet toestaat dat er aan een vergunning een verplichting wordt gekoppeld om een eigen netwerk uit te rollen. De klassieke uitrolverplichting is daarom omgezet in een ingebruiknameverplichting, waaraan een operator op verschillende manieren kan voldoen: zelf bouwen, samenwerken, capaciteit inhuren, et cetera. Ook technisch zijn er bij LTE veel meer mogelijkheden voor operators om gezamenlijke netwerken op te bouwen: in de standaard is rekening gehouden met verschillende vormen van samenwerking. Het kernpunt bij de beslissing over een uitrolstrategie is de afweging tussen de kosten van de uitrol van een eigen netwerk en de alternatieven, zoals capaciteit inkopen bij partijen die wel al overal in het land zenders hebben staan, dan wel die capaciteit gezamenlijk met andere partijen op te bouwen. Het is zakelijk gezien lucratief om tenminste op locaties waar weinig verkeer is of die lastig bereikbaar zijn (denk aan bijvoorbeeld sommige Waddeneilanden) apparatuur (basisstations) te delen.

Ladder of investment

Het ontstaan van gesplitste wholesale markten met netwerkoperators, MVNEs, en MVNOs heeft toetreding mogelijk gemaakt via de zogenaamde Ladder of investment. Men investeert alleen waar dat efficiënt is qua verkeersvolume en koopt in in dunnere gebieden, wanneer de inkoopprijs goed is. Kortom: een nieuwkomer hoeft niet verplicht een volledig netwerk te bouwen, maar kan via een strategisch gekozen combinatie van eigen netwerk en RAN-sharing de markt betreden.

Onderverhuren óf doorverkopen?

Een extra optie die is gecreëerd na 2000, en veelal over het hoofd gezien wordt in analyses, is de mogelijkheid om frequenties onder te verhuren of door te verkopen. In Nederland zijn frequenties al enkele keren doorverkocht (onder andere na de overname van Telfort door KPN aan T-Mobile). In principe kunnen vergunninghouders zowel hun hele vergunning als een deel van het spectrum onderverhuren of doorverkopen. Daar is dan wel toestemming van het ministerie voor nodig. Gezien de bijzondere status die nieuwkomers in de afgelopen veiling hadden, heeft de minister aangegeven dat een nieuwkomer de eerste vijf jaar zijn spectrum niet mag verkopen aan de bestaande spelers; daarna is de weg in principe vrij.

Picocellen

In Nederland bestaat tenslotte nog de mogelijkheid voor private gsm / private LTE in de 1800 MHz band. Daarbij is vanaf 2013 een frequentieblok van 2*5 MHz beschikbaar voor vergunningvrije, maar registratieplichtige enterprise klanten die picocellen met een beperkt bereik in hun kantoortoren, op hun campus, ziekenhuis, (militaire) basis of industriële plant in willen zetten. Tot nu toe was daar met gsm alleen de DECT Guardband voor beschikbaar (2*2,5 MHz), maar er vindt nu een verdubbeling van het beschikbare spectrum plaats, hetgeen hoogwaardige oplossingen voor de zakelijke markt op LTE-basis mogelijk maakt.

Concluderend zijn er serieuze kansen voor alle relevante marktpartijen in het toekomstige mobiele landschap in Nederland als resultaat van de multi-band veiling in 2012.

 

BTG: Verbinding, verbreding en verdieping

Branchevereniging ICT en Telecommunicatie Grootgebruikers (BTG) behartigt de belangen van Nederlandse bedrijven en instellingen door kennis over te dragen en ervaringen uit te wisselen o.a. tijdens events

BTG in beeld en geluid

Expertsessies

  • Geen evenementen
  • Magazine

    BTG in Business - Voorjaar 2022
    Lees de laatste editie

    Meld je aan voor onze nieuwsbrief!

    Op de hoogte blijven van evenementen en het laatste nieuws? Schrijf je dan nu in voor onze nieuwsbrief.
    • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.