Mobiele snelheid in Nederland is relatief traag

Mobiele gebruikers in Rusland en Spanje hebben de snelste mobiele verbindingen. Dit blijkt uit onderzoek van Akamai. De hoogst gemeten gemiddelde snelheid voor mobiele verbindingen in de meest recente kwartaalmeting was 7,8 Mbps (megabit per seconde), van een mobiele provider in Rusland. Dezelfde provider wist ook de hoogst gemeten gemiddelde pieksnelheid te behalen: 39,2 Mbps. Een Spaanse provider volgde echter op de voet, met 33 Mbps. Nederland verbleekt bij deze snelheden: de hoogste gemeten gemiddelde mobiele snelheid was 2,1 Mbps, terwijl als pieksnelheid 10,5 Mbps werd gemeten.

Akamai’s State of the Internet-rapport is een wereldwijd kwartaaloverzicht van kernstatistieken omtrent internetpenetratie, mobiele datasnelheden, geografische oorsprong van webaanvallen en globale en regionale verbindingssnelheden. Deze cijfers zijn gebaseerd op verbindingen met 680 miljoen unieke IPv4-adressen uit 243 landen of regio’s over de hele wereld, waaronder Nederland. Aangezien een enkel IP-adres gebruikt kan worden door meerdere gebruikers – bijvoorbeeld wanneer men werkt via een firewall of proxy server – schat Akamai het totale aantal webgebruikers dat in het derde kwartaal van 2012 verbinding maakte met zijn platform op ruim 1 miljard.

Analyse van Akamai IO-data die in het derde kwartaal van 2012 werd verzameld, laat zien dat van de gebruikers die over mobiele netwerken verbinding maakten met het Akamai Intelligent Platform, het grootste deel (37,6 procent) gebruikmaakte van Android Webkit. Mobiele apparaten met Apple’s Mobile Safari kwamen met 35,7 procent op plaats twee. Wanneer echter wordt gekeken naar mobiele gebruikers op alle soorten netwerken, was Apple’s Mobile Safari goed voor 60,1 procent, terwijl Android Webkit slechts 23,1 procent behaalde.

Breedband

Nederland is nog wel koploper in West Europa op het gebied van breedbandconnectiviteit: 82 procent van de internetverbindingen heeft een snelheid van 4 Mbps of hoger. De groei in de internetverbindingssnelheid in Nederland stagneert echter wel. De gemiddelde verbindingssnelheid nam met slechts 0,8 procent toe tot 8,5 Mps. De groei van het aantal 4 Mbps+ verbindingen was in Nederland eveneens aan de lage kant. Ten opzichte van het voorgaande kwartaal bedroeg de groei 3,7 procent; op jaarbasis 2,1 procent. Ter vergelijking: in Zwitserland (met 81 procent de nummer twee binnen West Europa) was de groei van 4 Mbps+ verbindingen op jaarbasis een respectabele 16 procent. Wereldwijd moeten we alleen Zuid Korea voor laten gaan, waar 86 procent van de verbindingen een snelheid heeft van 4 Mbps of hoger. Ook voor wat betreft zeer snelle internetverbindingen (10 Mbps of hoger, de zogenoemde ‘high broadband’-verbindingen) bleef Nederland samen met Zwitserland aan kop in West Europa: in beide landen maakten deze snelle verbindingen 22 procent van het totaal uit. Opvallend is hier dat de Nederlandse groei ten opzichte van het voorgaande kwartaal (Q2 2012) een aardige 17 procent bedroeg, maar dat op jaarbasis slechts 1,1 procent meer high breedbandverbindingen door Akamai werd gedetecteerd. Om dit in perspectief te plaatsen: in het Verenigd Koninkrijk nam het aantal 10 Mbps+ verbindingen op jaarbasis met maar liefst 145 procent toe. Ook in andere Europese landen groeide het aantal high broadband verbindingen stevig ten opzichte van hetzelfde kwartaal een jaar eerder: Denemarken (64 procent), Zweden (61 procent), Finland (73 procent), België (57 procent), Duitsland (42 procent), Spanje (111 procent) en Frankrijk (79 procent).

Hans Nipshagen, regional manager Benelux voor Akamai: ‘Nederland bevond zich altijd in de voorhoede van Europa op het gebied van breedbandverbindingen. En we behoren nog altijd tot de top, maar andere landen zijn duidelijk bezig met een inhaalslag. Het internetgebruik in Europa neemt een steeds grotere vlucht en gebruikers krijgen de beschikking over steeds meer bandbreedte. Dat heeft ook gevolgen voor de kerninfrastructuur van het internet, omdat die gebruikers ook meer gaan verwachten van de snelheid en kwaliteit van hun verbinding, bijvoorbeeld bij video-on-demand.’

Operatie Ababil

Akamai was betrokken bij het beschermen van enkele van de organisaties die in september 2012 het doelwit waren van een reeks zogenoemde DDoS-aanvallen, bekend onder de codenaam Operatie Ababil. Daarbij detecteerde Akamai aanvallen met de volgende kenmerken:

  • Het totale aanvalsverkeer bereikte een volume van 65 Gbps (gigabits per seconde), met verschillende technieken en doelwitten.
  • Een aanzienlijk deel (bijna 23 Gbps) van het aanvalsvolume was gericht op Domain Name System (DNS) -servers die gebruikt worden voor Akamai’s Enhanced DNS-diensten.
  • Het aanvalsverkeer op Akamai’s DNS-infrastructuur betrof zowel UDP- als TCP-verkeer. Daarmee werd getracht de servers – en daarmee het netwerk dat zich daarachter bevond – te overbelasten.
  • Het merendeel van de aanvallen betrof verzoeken om legitieme webpagina’s van de sites van klanten van Akamai, via HTTP en HTTPS, in een poging de webservers te overbelasten.
  • Een deel van het aanvalsverkeer bestond uit junk-verkeer, dat automatisch door de Akamai-servers werd genegeerd.
  • Een klein deel van het aanvalsverkeer bestond uit een groot aantal HTTP-verzoeken aan dynamische onderdelen van sites, zoals pagina’s waar de locaties van bankvestigingen of geldautomaten kunnen worden opgezocht, en zoekpagina’s.

Aanvallen

Europa was de op een na grootste bron van aanvalsverkeer (na Azië). Om dit aanvalsverkeer te detecteren en te verzamelen, gebruikt Akamai een reeks van agents die gedistribueerd zijn over het internet. Op basis van deze informatie is het bedrijf in staat om vast te stellen uit welke landen het meeste aanvalsverkeer afkomstig is, evenals op welke netwerkpoorten deze aanvallen zich het meeste richten. China was in het derde kwartaal opnieuw verantwoordelijk voor het grootste volume van het door Akamai waargenomen aanvalsverkeer; bijna een derde van het totaal (33 procent). Dit is twee maal zo veel als gedurende het voorgaande kwartaal. Bijna 25 procent van het waargenomen aanvalsverkeer in het derde kwartaal was afkomstig uit Europa. Daarbij was poort 445 (Microsoft-DS) wederom het belangrijkste doelwit van de aanvallen, met 30 procent. Poort 23 (Telnet) was op afstand de tweede, met slechts 7,6 procent.

IPv4 en IPv6

Het aantal beschikbare IPv4-adressen nam in het derde kwartaal van 2012 verder af. Volgens gegevens van de regional internet registries (RIRs) in de verschillende landen, blijkt dat de uitgifte van IPv4-adressen door RIPENCC (de Europese RIR) in het derde kwartaal gestaag bleef stijgen, waarbij het zich in de tweede week van september stabiliseerde. Dit komt volgens de onderzoekers mooi overeen met de mijlpaal van 14 september 2012, toen RIPENCC zijn laatste blok van ongeveer 16 miljoen IPv4-adressen moest aanspreken. RIPENCC maakt daarbij bekend dat het vanaf dat moment zuiniger zal zijn met het uitgeven van IPv4-adressen: ‘Het is nu van het grootste belang dat stakeholders IPv6 uitrollen binnen hun netwerk, om de continuïteit van hun online activiteiten te garanderen en de toekomstige groei van het internet veilig te stellen.’

BTG: Verbinding, verbreding en verdieping

Branchevereniging ICT en Telecommunicatie Grootgebruikers (BTG) behartigt de belangen van Nederlandse bedrijven en instellingen door kennis over te dragen en ervaringen uit te wisselen o.a. tijdens events

BTG in beeld en geluid

Expertsessies

Magazine

BTG in Business - Voorjaar 2022
Lees de laatste editie

Meld je aan voor onze nieuwsbrief!

Op de hoogte blijven van evenementen en het laatste nieuws? Schrijf je dan nu in voor onze nieuwsbrief.
  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.