ACM stelt tariefplafonds voor gespreksafgifte vast

Ter voorkoming van potentiële mededingingsproblemen legt de kersverse Autoriteit Consument en Markt (ACM) de aanbieders van zowel vaste als mobiele gespreksafgifte een aantal verplichtingen op. Het meest in het oog springend zijn de nieuwe tarieven voor zowel afgifte per minuut als voor interconnectie, op basis van een kostengeoriënteerd tarief volgens de zogenoemde pure bulric-methode. Het tariefplafond voor vaste gespreksafgifte bedraagt vanaf 1 september 2013 maximaal 0,108 cent per minuut. Het tariefplafond voor mobiele gespreksafgifte bedraagt dan 1,017 cent per minuut.

Op grond van hoofdstuk 6A van de Telecommunicatiewet dient de Autoriteit Consument en Markt bepaalde relevante markten in de elektronische communicatiesector te onderzoeken om vast te stellen of op die markten sprake is van daadwerkelijke concurrentie dan wel dat op de markten ondernemingen beschikken over aanmerkelijke marktmacht (amm). Aan ondernemingen die beschikken over amm legt de ACM passende verplichtingen op.

Routeren

De dienst gespreksafgifte wordt door aanbieders bij elkaar ingekocht zodra een gebruiker van het ene netwerk een gebruiker op het ander netwerk wil bellen. Wanneer een eindgebruiker van vaste en mobiele telefonie die is aangesloten op het netwerk van aanbieder A, een andere eindgebruiker wil bellen die is aangesloten op het netwerk van een andere aanbieder B, dient het gesprek over zowel netwerk A als B te worden gerouteerd. Beide netwerken (A en B) moeten dan direct of indirect met elkaar zijn verbonden. Het routeren van het gesprek over het netwerk van aanbieder B naar de eindgebruiker die wordt gebeld, is de dienst gespreksafgifte. Die dienst wordt door aanbieder B aan aanbieder A geleverd.

Vaste en mobiele gespreksafgifte zijn dus diensten die aanbieders met een vast of mobiel telefonienetwerk leveren om een inkomend gesprek te routeren naar een nummer dat direct of indirect via hun netwerk is aangesloten. De dienst wordt ingekocht door andere aanbieders van telefonie die zelf vaak ook gespreksafgifte leveren voor verkeer naar nummers aangesloten op hun netwerk. Het betreft dus diensten die wederzijds door aanbieders bij elkaar worden ingekocht.

Ontwikkelingen

In het marktanalysebesluit vaste en mobiele gespreksafgifte van 7 juli 2010 heeft het college van OPTA, de rechtsvoorganger van ACM, aanbieders van zowel vaste als mobiele gespreksafgifte de verplichting opgelegd om kostengeoriënteerde tarieven te hanteren op basis van pure bulric. Bulric staat voor bottom up-long range incremental costing (systematiek). Pure bulric houdt in dat alleen mag worden uitgegaan van de kosten die verband houden met de dienst gespreksafgifte. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) heeft in zijn uitspraak van 31 augustus 2011 geoordeeld dat OPTA in voornoemd besluit onvoldoende heeft gemotiveerd dat een tariefmaatregel op basis van pure bulric passend is.

Blijkens de uitspraak van het CBb dienen tarieven op basis van plus bulric te worden gehanteerd, waarbij naast de met de dienst verband houdende kosten tevens wordt uitgegaan van de gemeenschappelijke en gezamenlijke kosten. Dat de Europese Commissie in de aanbeveling gespreksafgifte pure bulric heeft aanbevolen als passende tariefmaatregel op de markten voor gespreksafgifte staat daaraan volgens het CBb niet in de weg. Het CBb heeft bepaald dat de mobiele gespreksafgiftetarieven op basis van plus bulric worden vastgesteld. Voor vaste gespreksafgifte heeft het CBb OPTA de opdracht gegeven in een nieuw besluit de hoogte van de tariefplafonds op basis van plus bulric vast te stellen.

Twijfels

Na de uitspraak van het CBb heeft OPTA het ontwerpbesluit marktanalyse vaste en mobiele gespreksafgifte FTA-MTA-3b, waarin OPTA ter uitvoering van de opdracht van het CBb voor vaste gespreksafgifte een tariefmaatregel op basis van de plus bulric methode heeft opgelegd, op 12 januari 2012 voorgelegd aan de Europese Commissie. De commissie heeft in het kader van de zogenoemde tweedefaseprocedure aangegeven ernstige twijfels te hebben over de passendheid van de door OPTA voorgenomen verplichtingen aangezien een economische onderbouwing voor de plus bulric-methode ontbrak. BEREC (Body of European Regulators for Electronic Communications) heeft vervolgens geconcludeerd dat de ernstige twijfels van de Commissie gerechtvaardigd zijn.

OPTA heeft het genotificeerde ontwerpbesluit marktanalyse FTA-MTA-3b daarna niet gewijzigd of ingetrokken. De commissie heeft vervolgens op 13 juni 2012 een aanbeveling gedaan op grond waarvan OPTA het ontwerpbesluit marktanalyse FTA-MTA-3b zou moeten wijzigen of intrekken om ervoor te zorgen dat de tariefplafonds voor vaste en mobiele gespreksafgifte zijn gebaseerd op de pure bulric-methode. De commissie heeft daarbij aangegeven dat OPTA de aanbeveling onverwijld en uiterlijk voor 1 januari 2013 diende uit te voeren. Op 2 juli 2012 heeft OPTA het definitieve marktanalysebesluit FTA-MTA-3b vastgesteld zonder de aanbeveling van de commissie in aanmerking te nemen.

Tarieven voor mobiele gespreksafgifte in Europa – klik om te vergroten

Tarieven voor mobiele gespreksafgifte in Europa – klik om te vergroten


Speelveld

Inmiddels is het speelveld in de Europese Unie flink gewijzigd. Aangezien de Aanbeveling gespreksafgifte op 1 januari 2013 geïmplementeerd diende te zijn, wordt pure bulric voor mobiele gespreksafgifte in het merendeel van de landen in de Europese Unie als kostenberekeningsmethode gehanteerd. Voor vaste gespreksafgifte worden tarieven in steeds meer landen op basis van pure bulric vastgesteld.

Tarieven voor mobiele gespreksafgifte in Europa – klik om te vergroten

Tarieven voor mobiele gespreksafgifte in Europa – klik om te vergroten


Uit de analyse van de ACM blijkt dat alleen de pure bulric kostenmethode prijsgerelateerde mededingingsproblemen en nadelige gevolgen volledig kan wegnemen en het meest bijdraagt aan de verwezenlijking van de doelstellingen van artikel 1.3 van de Tw. Daarmee vormt pure bulric naar het oordeel van de ACM in deze reguleringsperiode de passende invulling van de verplichting tot kostenoriëntatie. Plus bulric kan weliswaar het tariefniveau van gespreksafgifte van een hypothetisch efficiënte aanbieder in een daadwerkelijk competitieve marktomgeving enigszins benaderen, maar schiet in het licht van de reguleringsdoelstellingen duidelijk te kort.

Het voorgaande noopt tot een grondige heroverweging ten opzichte van de vorige marktanalysebesluiten FTA-MTA-3 en FTA-MTA-3b. Alles afwegende oordeelt de ACM in dit besluit dat het kostengeoriënteerde tarief voor vaste en mobiele gespreksafgifte in de komende reguleringsperiode wordt bepaald volgens de pure bulric kostenmethode.

Monopoliepositie

Voor een eindgebruiker (beller) die een bepaald persoon wil bellen op de meeste vaste en mobiele nummers is er geen of nauwelijks een alternatief (ofwel substituut) en vormt de dienst gespreksafgifte op het individuele netwerk van het betreffende nummer een noodzakelijke bouwsteen om het gesprek tot stand te brengen. De betreffende persoon (gebelde) die de beller wil bereiken, is nu eenmaal vaak niet op een ander nummer – via een ander netwerk – bereikbaar. Aanbieders van gespreksafgifte op deze nummers hebben dan ook een monopoliepositie. Er wordt daarom vaak gesproken van de (monopolie) bottleneck voor gespreksafgifte. De ACM heeft in dit besluit de volgende productmarkten afgebakend:

  • gespreksafgifte op geografische nummers, 085-, 088-, 084/087-, 0970-, 112 en 14xy en 116xyz-nummers op een afzonderlijk vast netwerk in geheel Nederland, aangeduid als ‘gespreksafgifte op een afzonderlijk vast netwerk’, of kortweg ‘vaste gespreksafgifte’ en
  • ‘gespreksafgifte op 06- en 0970-nummers op afzonderlijke mobiele netwerken’, of kortweg ‘mobiele gespreksafgifte’.

Bovengenoemde relevante markten omvatten geheel Nederland en beperken zich tot Nederland.

Dominantieanalyse

ACM concludeert dat alle aanbieders van gespreksafgifte op afzonderlijke netwerken in Nederland beschikken over aanmerkelijke marktmacht. Immers, alle aanbieders van gespreksafgifte op de relevante markten voor gespreksafgifte op afzonderlijke netwerken (op het eigen netwerk) beschikken over een marktaandeel van 100 procent.

Daarnaast is er sprake is van absolute toetredingsdrempels als gevolg waarvan potentiële concurrentie op de markten voor gespreksafgifte geheel afwezig is. Er is onvoldoende kopersmacht om aanbieders te verhinderen zich onafhankelijk op te stellen van hun afnemers (en uiteindelijk eindgebruikers) of concurrenten op andere markten (vast/mobiel) bij het aanbieden van gespreksafgifte. Er zijn ook geen andere factoren die ertoe leiden dat aanbieders van gespreksafgifte niet over AMM beschikken.

Als gevolg hiervan kunnen zich mededingingsbeperkende gedragingen voordoen zoals buitensporig hoge tarieven, marge-uitholling en toegangsbelemmeringen zoals het achterhouden van informatie, vertragingstactieken, onbillijke voorwaarden, kwaliteitsdiscriminatie waarbij de kwaliteit daalt onder een bepaald redelijk minimumniveau en strategisch productontwerp.

Verplichtingen

Ter voorkoming van de geconstateerde potentiële mededingingsproblemen en met het oog op het doel van de regulering, legt de ACM de volgende verplichtingen op:

  • tariefregulering, zowel voor afgifte per minuut als voor interconnectie, op basis van een kostengeoriënteerd tarief (pure bulric). Het tariefplafond voor vaste gespreksafgifte bedraagt 0,108 eurocent per minuut. Het tariefplafond voor mobiele gespreksafgifte bedraagt 1,017 eurocent minuut.
  • toegangsverplichting; aanbieders moeten toegang tot gespreksafgifte en interconnectie bieden. Daarnaast moeten zij bijbehorende faciliteiten beschikbaar stellen die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de toegang aan aanbieders van gespreksafgifte en interconnectie.
  • transparantieverplichting; aanbieders van gespreksafgifte worden verplicht om op een bepaalde wijze bepaalde informatie bekend te maken over tarieven en andere voorwaarden van toegang ten behoeve van gespreksafgifte bij eindgebruikers op zijn netwerk. Specifiek voor KPN-vast geldt de verplichting tot het publiceren van een referentieaanbod.

Lijst met aanbieders

Onderstaande tabel bevat een lijst van alle aanbieders van vaste en mobiele gespreksafgifte in Nederland. In het dictum stelt de ACM vast dat al deze aanbieders en hun groepsmaatschappijen als bedoeld in artikel 24b Boek 2 Burgerlijk Wetboek, voor zover zij actief zijn als aanbieder van openbare elektronische communicatienetwerken, bijbehorende faciliteiten of elektronische communicatiediensten op de markten voor gespreksafgifte, beschikken over aanmerkelijke marktmacht. Op grond daarvan rusten op al deze vaste aanbieders de verplichtingen zoals die zijn vastgesteld in het dictum van dit besluit. Dit besluit is dus gericht aan alle in tabel genoemde aanbieders.

Aanbieders van gespreksafgifte in Nederland – klik om te vergroten

Aanbieders van gespreksafgifte in Nederland

Aanbieders van gespreksafgifte in Nederland – klik om te vergroten

Aanbieders van gespreksafgifte in Nederland

BTG: Verbinding, verbreding en verdieping

Branchevereniging ICT en Telecommunicatie Grootgebruikers (BTG) behartigt de belangen van Nederlandse bedrijven en instellingen door kennis over te dragen en ervaringen uit te wisselen o.a. tijdens events

BTG in beeld en geluid

Expertsessies

Magazine

BTG in Business - Voorjaar 2022
Lees de laatste editie

Meld je aan voor onze nieuwsbrief!

Op de hoogte blijven van evenementen en het laatste nieuws? Schrijf je dan nu in voor onze nieuwsbrief.
  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.