CBb stelt vragen over hoge tarieven doorgifte 0900-nummers

markt_spelersHet College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) heeft op 12 februari 2014 uitspraak gedaan in het beroep van KPN tegen een last onder dwangsom van de Autoriteit Consument & Markt (ACM).

ACM heeft aan KPN een last onder dwangsom opgelegd omdat KPN te hoge tarieven zou rekenen voor de doorgifte van telefoongesprekken. Volgens ACM heeft KPN daarmee artikel 5 van het Besluit Interoperabiliteit overtreden. Voor het CBb is het echter niet duidelijk of het Besluit Interoperabiliteit in overeenstemming is met het recht van de Europese Unie.

In de uitspraak van vandaag legt het CBb aan het Hof van Justitie te Luxemburg in zogenoemde prejudiciële vragen voor of artikel 28 van de richtlijn Universele dienst aan ACM de mogelijkheid biedt om in een geval als dit een last onder dwangsom op te leggen. Het CBb houdt de zaak aan en zal een einduitspraak op het beroep van KPN geven nadat het Hof van Justitie te Luxemburg de gestelde vragen heeft beantwoord. 

Besluit Interoperabiliteit

Volgens artikel 5 lid 1 van het Besluit Interoperabiliteit moet een aanbieder van openbare telefoondiensten of een daarbij betrokken aanbieder van openbare elektronische communicatienetwerken die daarbij de toegang tot eindgebruikers controleert, waarborgen dat eindgebruikers gebruik kunnen maken van diensten met gebruikmaking van niet-geografische nummers binnen de Europese Unie.

Die verplichting houdt in ieder geval in dat de bedoelde aanbieders van openbare telefoondiensten en van openbare elektronische communicatienetwerken voor oproepen naar een nummer uit de reeks 0800, 084, 085, 087, 088, 0900, 0906, 0909, 116, 14 of 18 tarieven of andere vergoedingen hanteren die vergelijkbaar zijn met de tarieven of andere vergoedingen die deze aanbieders hanteren voor oproepen naar geografische nummers. Zij mogen uitsluitend een afwijkend tarief of afwijkende vergoeding hanteren indien dit noodzakelijk is om de extra kosten te dekken die gemoeid zijn met de oproepen naar deze niet-geografische nummers.

Uitholling marges

Een nationale regelgevende instantie kan verplichtingen inzake het terugverdienen van kosten en prijscontrole opleggen, inclusief verplichtingen inzake kostenoriëntering van prijzen en kostentoerekeningssystemen, voor het verlenen van specifieke interconnectie- en/of toegangtypes, wanneer uit een marktanalyse blijkt dat de betrokken exploitant de prijzen door het ontbreken van werkelijke concurrentie op een buitensporig hoog peil kan handhaven of de marges kan uithollen, ten nadele van de eindgebruikers. De nationale regelgevende instanties houden rekening met de door de exploitant gedane investeringen en laten toe dat hij een redelijke opbrengst verkrijgt uit zijn kapitaalinbreng, de aangegane risico's in aanmerking genomen.

Richtlijn Universele dienst

Het begrip universele dienst wordt volgens prof. dr. N.A.N.M. van Eijk van het Instituut voor Informatierecht (IViR, Universiteit van Amsterdam) niet alleen in de telecommunicatiesector gebruikt maar bestaat ook in andere sectoren, zoals de energie- en watervoorziening. De invulling van het begrip kan sterk verschillen. Voor wat betreft de telecommunicatie kan een aantal centrale elementen worden onderscheiden, die weer zijn te vertalen in van toepassing zijnde regels. Bij de universele dienst gaat het tenminste om een dienst die voor een ieder, onder gelijke voorwaarden en tegen een betaalbare prijs beschikbaar is.

Richtlijn 2002/22/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 maart 2002 inzake de universele dienst en gebruikersrechten met betrekking tot elektronische communicatienetwerken bepaalt dat de lidstaten er voor moeten zorgen  dat, voor zover technisch en economisch gezien haalbaar en tenzij een opgeroepen abonnee om commerciële redenen heeft besloten de toegang van oproepende gebruikers die zich in specifieke geografische gebieden bevinden, te beperken, de bevoegde nationale instanties alle nodige maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat de eindgebruikers toegang hebben tot en gebruik kunnen maken van diensten met gebruikmaking van niet-geografische nummers binnen de Europese Gemeenschap.

Telecommunicatiewet

In de Telecommunicatiewet is bepaald dat aanbieders van openbare elektronische communicatienetwerken of openbare elektronische communicatiediensten die daarbij de toegang tot eindgebruikers controleren er voor moeten zorgen dat zich in de Europese Unie bevindende eindgebruikers toegang hebben tot alle:

  • in de Europese Unie toegekende nummers van een nationaal nummerplan,
  • nummers van de Europese telefoonnummerruimte, en
  • door ITU toegekende nummers,

Tevens moeten eindgebruikers gebruik kunnen maken van diensten met gebruikmaking van de hierboven bedoelde nummers, tenzij dat technisch of economisch niet haalbaar is, of een opgeroepen abonnee heeft besloten de toegang van oproepende gebruikers die zich in specifieke geografische gebieden bevinden, te beperken. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld ter waarborging van de verplichting. Deze regels kunnen onder meer betrekking hebben op de vergoedingen voor de toegang tot de bedoelde nummers.

Vragen

Het CBb legt aan het Hof van Justitie te Luxemburg de volgende prejudiciële vragen voor:

  1. Staat artikel 28 van de richtlijn Universele dienst toe dat tariefregulering wordt opgelegd, zonder dat uit een marktanalyse is gebleken dat een partij ten aanzien van de gereguleerde dienst over aanmerkelijke marktmacht beschikt, terwijl de grensoverschrijdende aankiesbaarheid van niet-geografische telefoonnummers technisch zonder meer mogelijk is en de enige belemmering van de toegang van deze nummers er uit bestaat dat tarieven worden gehanteerd waardoor een oproep naar een niet-geografisch nummer duurder is dan een oproep naar een geografisch nummer?
  2. Indien vraag 1 bevestigend wordt beantwoord, rijzen bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven de volgende twee vragen: geldt de bevoegdheid tot tariefregulering ook wanneer de invloed van hogere tarieven op het belvolume naar niet-geografische nummers slechts beperkt is? en In hoeverre heeft de nationale rechter nog ruimte om te beoordelen of een volgens artikel 28 van de richtlijn Universele dienst nodige tariefmaatregel niet onredelijk bezwarend is voor de transitaanbieder, gegeven de daarmee te dienen doelen?
  3. Laat artikel 28, eerste lid van de richtlijn Universele dienst de mogelijkheid open dat de in die bepaling genoemde maatregelen worden uitgevaardigd door een andere instantie dan de nationale regelgevende instantie die de in artikel 13, eerste lid, Toegangsrichtlijn genoemde bevoegdheid uitoefent en aan laatstgenoemde instantie alleen de bevoegdheid tot handhaving toekomt?

BTG-leden zullen weinig boodschap hebben aan het eindeloze gesteggel, juridische scherpslijperij en zogenoemde prejudiciële vragen. De hoge tarieven voor de doorgifte van niet-geografische telefoonnummers waren jarenlang velen een doorn in het oog. Schrale troost is dat de voormalige OPTA en thans ACM er altijd op gebrand zijn geweest om aan deze onrechtvaardigheid definitief een einde te maken.

BTG: Verbinding, verbreding en verdieping

Branchevereniging ICT en Telecommunicatie Grootgebruikers (BTG) behartigt de belangen van Nederlandse bedrijven en instellingen door kennis over te dragen en ervaringen uit te wisselen o.a. tijdens events

BTG in beeld en geluid

Expertsessies

Magazine

BTG in Business - Najaar 2021
Lees de laatste editie

Meld je aan voor onze nieuwsbrief!

Op de hoogte blijven van evenementen en het laatste nieuws? Schrijf je dan nu in voor onze nieuwsbrief.
  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.