Toezicht op artikel 4 van de EU AI Act start per 2 augustus 2026
28 jul 2026Sinds 2 februari 2025 verplicht artikel 4 van de Europese AI-verordening organisaties die AI inzetten om te zorgen voor voldoende kennis en begrip bij medewerkers...
D66-senator Willemijn Aerdts wordt in het nieuwe kabinet benoemd tot staatssecretaris voor Digitale Economie en Digitale Soevereiniteit. Daarmee krijgt digitalisering voor het eerst een expliciete plek binnen het Ministerie van Economische Zaken. In het kabinet-Jetten wordt digitalisering nadrukkelijk verbonden aan innovatie, economische groei en strategische autonomie.
Met deze keuze onderstreept het kabinet dat digitale soevereiniteit niet alleen een veiligheidsvraagstuk is, maar ook een economische en maatschappelijke opgave. Nederland wil minder afhankelijk worden van buitenlandse – met name Amerikaanse en Chinese – techbedrijven en sterker inzetten op Europese en nationale alternatieven. Dat vraagt om versnelling van innovatie, gerichte investeringen en een krachtig industrie- en digitaliseringsbeleid.
Aerdts (1983) brengt een stevige achtergrond mee op het snijvlak van veiligheid, geopolitiek en technologie. Als docent-onderzoeker aan het Institute of Security and Global Affairs van de Universiteit Leiden verwierf zij een reputatie als scherp denker over inlichtingen- en veiligheidsdiensten, cyberdreigingen en buitenlandse inmenging. In de Eerste Kamer hield zij zich onder meer bezig met digitale veiligheid, desinformatie, AI en de internationale rechtsorde.
Die expertise is relevant in een tijd waarin digitale infrastructuur, data en technologie steeds vaker onderdeel zijn van geopolitieke machtsverhoudingen. Tegelijkertijd staat vast dat de portefeuille breed is en dat de exacte taakverdeling – onder meer ten opzichte van Binnenlandse Zaken en de mogelijke positionering van de Nederlandse Digitale Dienst – nog wordt uitgewerkt.
De benoeming van Aerdts markeert ook een duidelijke breuk met de eerdere positionering van digitalisering binnen de rijksoverheid. Haar twee voorgangers als staatssecretaris voor digitalisering – Alexandra van Huffelen en Zsolt Szabó – waren beide ondergebracht bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. De nadruk lag destijds vooral op digitale dienstverlening, de digitale overheid en uitvoeringsvraagstukken binnen het Rijk.
In het nieuwe kabinet verschuift die focus deels. De VVD levert met Eric van der Burg de staatssecretaris voor Binnenlandse Zaken, Koninkrijksrelaties & Slagvaardige Overheid. Zijn opdracht is gericht op het versterken van de uitvoeringskracht van de overheid, waarbij digitalisering een essentiële randvoorwaarde vormt. Naar verwachting zal ook de aangekondigde Nederlandse Digitale Dienst (NDS) – bedoeld om de afhankelijkheid van externe IT-leveranciers te verminderen – onder zijn verantwoordelijkheid gaan vallen, al is daarover nog geen definitief besluit genomen.
D66, VVD en CDA hebben in het coalitieakkoord afgesproken géén aparte minister voor Digitale Zaken te benoemen. In plaats daarvan kiest het kabinet voor een gespreide maar inhoudelijk versterkte digitale agenda. D66 krijgt met Aerdts de staatssecretaris van Economische Zaken, Digitale Economie en Soevereiniteit; de VVD neemt de verantwoordelijkheid voor digitalisering binnen de ‘slagvaardige overheid’ bij BZK.
Naast de oprichting van de Nederlandse Digitale Dienst zet het kabinet in op een vernieuwing van de Rijksdienst, waarbij de bedrijfsvoering binnen het Rijk verder wordt geharmoniseerd. Denk aan uniforme standaarden voor ICT, gezamenlijke voorzieningen en een meer centrale aanpak van inkoop en personeelsprocessen. Deze opgave komt primair bij BZK te liggen, maar raakt onvermijdelijk ook aan het domein van Economische Zaken.
De portefeuille digitalisering blijft daarmee breed en in beweging. Het is niet uitgesloten dat onderdelen van de NDS of andere rijks-ICT-taken alsnog (deels) bij Economische Zaken worden ondergebracht, wat de rol van Aerdts verder zou verzwaren. De definitieve taakverdeling wordt vastgesteld tijdens het constituerend beraad van het kabinet. Het minderheidskabinet staat naar verwachting op 23 februari op het bordes.
Opvallend is dat het coalitieakkoord voor het eerst een afzonderlijk hoofdstuk over digitalisering bevat. De technologiesector heeft daar positief op gereageerd, mede omdat daarin expliciet aandacht is voor digitale soevereiniteit, innovatiekracht en strategische autonomie – thema’s die nu zijn belegd bij de staatssecretaris van Economische Zaken.
BTG volgt de benoeming met grote belangstelling. Petra Claessen, voorzitter van BTG, benadrukt het belang van duidelijke regie en samenhang:
“Het is positief dat digitale soevereiniteit en de digitale economie expliciet zijn belegd bij Economische Zaken. Daarmee wordt erkend dat technologie een strategische productiefactor is voor onze economie én onze samenleving. Tegelijkertijd blijft BTG van mening dat Nederland gebaat is bij sterk, samenhangend digitaal leiderschap op ministerieel niveau. Digitalisering raakt immers alle domeinen: van infrastructuur en innovatie tot veiligheid, publieke dienstverlening en maatschappelijke waarde.”
Claessen pleitte eerder herhaaldelijk voor de komst van een minister van Digitale Zaken. Die wens is in dit kabinet niet ingevuld. Volgens BTG maakt dat het des te belangrijker dat de verschillende digitale portefeuilles – bij Economische Zaken en Binnenlandse Zaken – goed op elkaar aansluiten en dat er duidelijke keuzes worden gemaakt.
Voor BTG sluit de nieuwe portefeuille nauw aan bij het jaarthema ‘Connected by Tech; driven for Impact’. Digitale soevereiniteit gaat niet alleen over autonomie en veiligheid, maar ook over de vraag hoe technologie bijdraagt aan brede welvaart, innovatiekracht en maatschappelijke weerbaarheid.
“Digitale autonomie bereik je niet met regelgeving alleen,” aldus Claessen. “Het vraagt om investeringen in innovatie, standaarden, kennis en samenwerking tussen overheid, markt en kennisinstellingen. BTG blijft zich inzetten om die bruggen te bouwen en de stem van grootzakelijke gebruikers en publieke organisaties structureel in te brengen in het beleidsdebat.”
BTG gaat graag het gesprek aan met de nieuwe staatssecretaris over de verdere invulling van de digitale agenda, met bijzondere aandacht voor duurzame digitalisering, robuuste infrastructuren en een concurrerend Europees digitaal ecosysteem.