Toezicht op artikel 4 van de EU AI Act start per 2 augustus 2026
28 jul 2026Sinds 2 februari 2025 verplicht artikel 4 van de Europese AI-verordening organisaties die AI inzetten om te zorgen voor voldoende kennis en begrip bij medewerkers...
Het nieuwe kabinet heeft de digitale portefeuille herverdeeld. Waar digitale zaken voorheen grotendeels onder het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) vielen, verschuift het zwaartepunt nu naar het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK). Daarmee komt digitalisering nadrukkelijker in het teken te staan van innovatie, economische groei en digitale soevereiniteit.
Willemijn Aerdts, de nieuwe Staatssecretaris Digitale Economie en Soevereiniteit bij EZK wordt politiek verantwoordelijk voor de digitale economie en infrastructuur, de coördinatie van digitalisering en digitale soevereiniteit, en voor telecom en de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI). Daarnaast vallen de digitale samenleving en de digitale overheid onder haar portefeuille, evenals de normering en regulering van AI en algoritmes. Ook onderwerpen als open data, de Digitale Wallet, het Europees en internationaal digitaliseringsbeleid en de implementatie van de Nationale Digitaliseringsstrategie (NDS) behoren tot haar verantwoordelijkheden.
Tegelijkertijd raakt digitalisering alle departementen. Ministeries als Justitie en Veiligheid (cybersecurity en missiekritische communicatie), Defensie (strategisch industriebeleid en digitale weerbaarheid), Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (Digitaal Stelsel Omgevingswet en geo-informatie) en Binnenlandse Zaken (informatiehuishouding, CIO-Rijk en mensgerichte digitale dienstverlening) dragen elk een eigen verantwoordelijkheid binnen de digitale transitie. Digitalisering is daarmee geen afzonderlijke portefeuille, maar een rijksbrede opgave die vraagt om onderlinge afstemming, gezamenlijke regie en een consistente langetermijnvisie..
Hoewel bestuurlijke verhoudingen wijzigen, blijven de maatschappelijke opgaven onverminderd groot: digitale weerbaarheid, interoperabiliteit, veilige infrastructuur, AI-regulering en vermindering van strategische afhankelijkheden van buitenlandse techbedrijven.
BTG-voorzitter Petra Claessen: “Hoewel bestuurlijke verhoudingen wijzigen, blijven de maatschappelijke opgaven onverminderd groot: digitale weerbaarheid, interoperabiliteit, veilige infrastructuur, AI-regulering en vermindering van strategische afhankelijkheden van buitenlandse techbedrijven.”
Ze ziet in de verschuiving een duidelijke strategische keuze:
“Dat digitalisering nu nadrukkelijker wordt gepositioneerd binnen EZK onderstreept dat technologie en economische ontwikkeling onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Digitale infrastructuur, AI en soevereiniteit zijn geen randvoorwaarden meer ze vormen de kern van ons concurrentievermogen én onze maatschappelijke weerbaarheid.”
Volgens Claessen past deze herverdeling in een bredere Europese beweging waarin digitale autonomie, innovatiekracht en strategische onafhankelijkheid centraal staan.
“Tegelijkertijd mogen we digitalisering niet uitsluitend economisch benaderen. Het gaat ook om vertrouwen, ethiek, inclusiviteit en publieke waarden. Precies daar ligt de brugfunctie van BTG: wij verbinden gebruikers, solutionpartners en overheid om technologie verantwoord en toekomstgericht in te zetten.”
De nieuwe portefeuilleverdeling biedt kansen voor een integrale aanpak van innovatiebeleid, industriebeleid en digitale infrastructuur. Met onderwerpen als telecom, AI-regulering, nationale investeringen en Europese samenwerking binnen één beleidskader ontstaat meer samenhang.
Tegelijkertijd vraagt de splitsing om goede afstemming tussen EZK, BZK en andere departementen zoals Justitie & Veiligheid en Defensie, waar cybersecurity en missiekritische communicatie zijn belegd.
Claessen benadrukt het belang van continuïteit:“Bestuurlijke verschuivingen zijn begrijpelijk en soms noodzakelijk. Maar de digitale transitie is gebaat bij consistent beleid, lange termijnvisie en structurele samenwerking. Als branchevereniging blijven wij actief bijdragen aan consultaties, beleidsdialogen en de verdere uitrol van de Nationale Digitaliseringsstrategie.”