Let op! Internet Explorer wordt niet meer ondersteund. Hierdoor kan de website mogelijk niet goed functioneren, gebruik een alternatieve browser om optimaal gebruik te maken van deze website. Klik hier om een alternatieve browser te downloaden.

BTG biedt een netwerk voor uitwisseling van kennis en ervaring over Telecommunicatie en ICT. De branchevereniging focust via expertgroepen op de volgende thema’s:

Terug naar nieuws

Toezicht op artikel 4 van de EU AI Act start per 2 augustus 2026

28 jul 2026

Sinds 2 februari 2025 verplicht artikel 4 van de Europese AI-verordening organisaties die AI inzetten om te zorgen voor voldoende kennis en begrip bij medewerkers die ermee werken. Per 2 augustus 2026 begint het toezicht op deze verplichting.

Voor organisaties betekent dit dat zij moeten kunnen aantonen dat actief is gewerkt aan AI-geletterdheid. Denk aan beleid voor het gebruik van AI, inzicht in de gebruikte AI-tools en registratie van trainingen. Ook kan het ontbreken van aantoonbare AI-geletterdheid een risico vormen bij incidenten, zoals datalekken of foutieve AI-besluiten.

Wat betekent dit voor het onderwijs?

Voor het primair en voortgezet onderwijs is artikel 4 bijzonder relevant. Edwin van der Plas schrijft hierover in een opiniestuk in het Financieele Dagblad van 20 juli 2026: ‘AI wacht niet op een herziening van het curriculum’.

Generatieve AI verandert niet alleen het werk van leerlingen, maar vooral ook dat van docenten. Leerlingen kunnen met één opdracht aan een chatbot een samenvatting, betoog of presentatie maken. Dat roept vragen op over fraude en toetsing, maar ook over de manier waarop onderwijs wordt ingericht.

Het onderwijs draait steeds minder uitsluitend om het overbrengen van informatie. Belangrijker wordt het ontwerpen van situaties waarin leerlingen leren nadenken, bronnen controleren, keuzes toelichten en verantwoordelijkheid nemen voor hun werkwijze.

De vraag is daarom niet alleen óf leerlingen AI mogen gebruiken, maar vooral of zij dat leren te doen onder begeleiding van iemand die het leerproces, de leerling en de gevolgen kan overzien. Die persoon is de docent. Wachten op een aangepast curriculum is daarom geen neutrale optie.

Docenten moeten zelf het initiatief nemen

Volgens Van der Plas moeten schoolleiders en docenten op drie onderdelen aan de slag.

Allereerst is voldoende persoonlijke kennis van AI nodig. Daarnaast moeten docenten opdrachten zo ontwerpen dat leerlingen bronnen controleren, tussenstappen tonen en keuzes toelichten. Tot slot is een moreel kompas nodig om te bepalen wanneer AI helpt, wanneer het schaadt en welke beslissingen menselijk moeten blijven.

AI-geletterdheid is daarmee geen hobby van voorlopers, maar onderdeel van de professionalisering van iedere docent.

Een praktische aanpak begint in vaksecties. Bespreek welke opdrachten AI-bestendig zijn en welke niet. Laat leerlingen uitleggen hoe zij AI hebben gebruikt en maak toetsen minder afhankelijk van alleen het eindproduct. Leg meer nadruk op denkstappen, mondelinge verantwoording en reflectie.

Wanneer docenten deze ruimte niet zelf innemen, wordt zij ingevuld door softwarebedrijven, commerciële platforms en leerlingen zelf. Dan bepaalt niet de pedagogiek, maar het productontwerp wat er in de klas gebeurt.

Generatieve AI maakt de docent niet overbodig. Integendeel: de technologie maakt de docent belangrijker en kan het vak creatiever maken. De docent moet die professionele rol wel durven opeisen.

Het perspectief

Als deze aanpak in het onderwijs slaagt, kunnen ook bedrijven en organisaties vooruitkijken naar de instroom van een generatie die vertrouwd is met AI en begrijpt welke menselijke verantwoordelijkheid daarbij hoort.

“BTG ondersteunt deze stellingname en acteert op deze ontwikkelingen door vraag en aanbod aan elkaar te koppelen”, aldus Petra Claessen, voorzitter van BTG.

BTG – Connected by Tech; driven for Impact.

Gerelateerd nieuws