Toezicht op artikel 4 van de EU AI Act start per 2 augustus 2026
28 jul 2026Sinds 2 februari 2025 verplicht artikel 4 van de Europese AI-verordening organisaties die AI inzetten om te zorgen voor voldoende kennis en begrip bij medewerkers...
De Tweede Kamer heeft een duidelijke politieke lijn uitgezet rond de toekomst van DigiD. Een ruime meerderheid wil dat het contract met Solvinity in 2028 niet wordt verlengd als het bedrijf onder Amerikaanse zeggenschap komt te vallen. Met deze motie onderstreept de Kamer het belang van digitale autonomie en nationale regie op kritische digitale infrastructuur.
De motie, ingediend door Barbara Kathmann (PvdA/GL) en Chris Stoffer (SGP), stelt dat essentiële overheidsdiensten zoals DigiD buiten de invloedssfeer van buitenlandse overheden moeten blijven. De directe aanleiding is de mogelijke overname van Solvinity door een partij met Amerikaanse wortels.
Volgens de indieners brengt dit risico’s met zich mee voor zowel de beschikbaarheid als de veiligheid van DigiD, dat een cruciale rol speelt in de toegang tot overheidsdiensten voor burgers en bedrijven.
Niet alle partijen delen deze visie. Daniël van den Berg (JA21) stemde tegen en waarschuwde voor generalisatie van risico’s rond Amerikaanse bedrijven en mogelijke spanning met aanbestedingsregels. Desondanks kreeg de motie brede steun.
De discussie wordt verder aangescherpt door een nog vertrouwelijke risicoanalyse van Logius. Volgens de CISO van Logius, Pieter van Oordt, zijn mitigerende maatregelen mogelijk onvoldoende om de continuïteit en privacy van DigiD te waarborgen bij een wijziging in eigendom.
De Kamer ontvangt binnenkort de volledige analyse, nadat eerder alleen een samenvatting werd gedeeld door het ministerie van Binnenlandse Zaken. Staatssecretaris Eric van der Burg ligt daarbij onder vuur vanwege de informatievoorziening en de ontstane discussie rond vermeende lekken.
BTG-voorzitter Petra Claessen ziet in de ontwikkeling een bevestiging van een bredere trend:
“Wat we hier zien, is dat digitale infrastructuur definitief wordt erkend als strategische nutsvoorziening. Net als energie en water vraagt dit om regie, betrouwbaarheid en waarborgen op nationaal en Europees niveau.”
Claessen benadrukt dat deze casus verder reikt dan één contract:
“De discussie rond DigiD raakt aan de kern van digitale soevereiniteit. Als BTG pleiten wij al langer voor een integrale visie op digitale infrastructuur, waarin veiligheid, continuïteit én internationale samenwerking in balans zijn.”