Vijf jaar na de oprichting van de vaste Kamercommissie Digitale Zaken staat digitalisering structureel op de politieke agenda. Tegelijkertijd is er een volgende stap nodig: meer regie, visie en vooral uitvoering. Dat was een belangrijke conclusie tijdens het iPoort-debat Hoe nu verder? Wat brengt de (nabije) digitale toekomst?, dat op 7 september plaatsvond in Perscentrum Nieuwspoort in Den Haag. BTG was als partner nauw betrokken bij de bijeenkomst en nam deel aan het debat.
De Commissie Digitale Zaken werd in 2021 ingesteld om meer samenhang te brengen in de parlementaire behandeling van digitalisering. Aanleiding was onder meer de constatering dat digitale onderwerpen verspreid over verschillende Kamercommissies werden behandeld. Inmiddels richt de commissie zich op zes belangrijke aandachtsgebieden: opkomende technologieën, digitale grondrechten en data-ethiek, digitale infrastructuur en economie, online veiligheid en cybersecurity, digitaliserende overheid en toezicht en digitale soevereiniteit.
Tijdens de bijeenkomst werd met (oud-)Kamerleden, bestuurders, beleidsmakers en vertegenwoordigers uit de digitale sector teruggekeken op de afgelopen vijf jaar. Tegelijkertijd stond vooral de toekomst centraal: wat is er nodig om Nederland digitaal sterk, veilig en toekomstbestendig te houden en welke rol spelen de Commissie Digitale Zaken en de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS) daarin?
Van aandacht naar concrete resultaten
De afgelopen vijf jaar is veel bereikt. Digitalisering heeft een structurele plaats gekregen op de parlementaire agenda en ook de kennispositie binnen de Tweede Kamer is versterkt. Tegelijkertijd kwam tijdens het debat naar voren dat de aandacht nog te vaak ligt op het signaleren en agenderen van digitale vraagstukken. De volgende fase vraagt om meer samenhang, politieke sturing en voldoende middelen om ambities daadwerkelijk uit te voeren.
Dat raakt rechtstreeks aan de Nederlandse Digitaliseringsstrategie. De NDS kan volgens BTG alleen succesvol zijn wanneer digitale ambities worden vertaald naar concrete resultaten voor burgers, bedrijven, instellingen en vitale sectoren.
BTG: betrouwbare communicatie is randvoorwaarde
Namens BTG nam Jeroen Hofsté deel aan het panel. Een van de stellingen die daar werd besproken, luidde dat de Nederlandse Digitaliseringsstrategie ook moet voorzien in betrouwbare digitale netwerken, waarbij continuïteit centraal staat en missiekritische communicatie een belangrijke rol speelt. Voor BTG raakt dat aan een wezenlijke randvoorwaarde voor verdere digitalisering: een stevige en betrouwbare digitale infrastructuur waarop burgers, bedrijven en vitale sectoren ook onder bijzondere omstandigheden kunnen blijven vertrouwen.
Hofsté benadrukte daarbij dat de IT- en telecomsector nadrukkelijk bij de verdere uitwerking en uitvoering van de NDS moet worden betrokken. Juist daar zit veel van de kennis en ervaring rond beschikbaarheid, bereikbaarheid, redundantie en continuïteit van netwerken. Voor sectoren als zorg, energie, industrie, mobiliteit en veiligheid is digitale communicatie immers allang niet meer alleen ondersteunend, maar in toenemende mate bedrijfskritisch of zelfs missiekritisch.
Volgens BTG vraagt dit daarom om meer dan alleen ambities rond innovatie, snelheid en capaciteit. Ook weerbaarheid, herstelvermogen en de beschikbaarheid van communicatie tijdens storingen of crises moeten structureel onderdeel zijn van het digitaliseringsbeleid. Dat kan alleen wanneer overheid, telecomsector, andere marktpartijen en kennisinstellingen vroegtijdig en gezamenlijk optrekken. Daarmee raakt de discussie over betrouwbare netwerken direct aan een bredere boodschap uit het debat: de NDS heeft alleen kans van slagen wanneer beleid en praktijk veel nauwer met elkaar worden verbonden.
Volgende fase draait om impact
BTG-voorzitter Petra Claessen, tevens duo-voorzitter van iPoort, benadrukt dat het vijfjarig bestaan van de Commissie Digitale Zaken vooral een moment moet zijn om vooruit te kijken:
“Het is belangrijk dat digitalisering inmiddels structureel op de politieke agenda staat. Maar daarmee zijn we er niet. De komende jaren moeten in het teken staan van de stap van agenderen naar realiseren. Voor BTG betekent dat onder meer investeren in betrouwbare en weerbare digitale infrastructuur en zorgen dat kritische communicatie ook onder bijzondere omstandigheden beschikbaar blijft. Dat vraagt om een overheid, bedrijfsleven en kennisinstellingen die vanaf het begin gezamenlijk optrekken. Alleen zo kunnen we de ambities uit de Nederlandse Digitaliseringsstrategie daadwerkelijk omzetten in maatschappelijke en economische impact.”
Daarmee sluit het debat nauw aan bij de koers van BTG. Technologie is geen doel op zich, maar moet bijdragen aan een veilige, duurzame, innovatieve en toekomstbestendige samenleving. De komende fase van de Nederlandse digitalisering vraagt daarom niet alleen om beleid, maar vooral om samenwerking en uitvoering.
Van agenderen naar realiseren – en van digitale ambitie naar digitale impact.