Op donderdag 25 juni 2026 debatteerde de Tweede Kamer over het toekomstige innovatiebeleid. Diezelfde dag publiceerde Jesse Robbers, vicepresident imec, in het FD een opiniestuk waarin hij de groeiende zorg binnen de Nederlandse hightech- en innovatiesector adresseert over het gebrek aan langdurige en consistente investeringen.
Centraal staat de waarschuwing dat Nederland en Europa hun sterke positie in cruciale technologieën dreigen kwijt te raken wanneer financiering versnipperd en onzeker blijft. Het jarenlange topsectorenbeleid van het ministerie van Economische Zaken loopt af en de toekomst van veel projecten uit het Nationaal Groeifonds is onzeker. Nieuwe plannen, zoals de Nationale Technologie Strategie (NTS), gericht op tien sleuteltechnologieën waaronder fotonica, quantumtechnologie, AI, mechatronica en halfgeleidertechnologie, zijn nog verre van operationeel. Ook de uitkomsten van de Catshuissessies over het toekomstige verdienmodel van Nederland en de Nederlandse Semiconductorvisie 2035 zijn vooralsnog vooral papieren ambities.
Robbers wijst op de sterke Nederlandse basis: grote technologiebedrijven, gerenommeerde kennisinstituten, vooraanstaande onderwijsinstellingen en publieke initiatieven. Deze infrastructuur is jarenlang zorgvuldig opgebouwd en moet worden behouden om de ambities voor de toekomst waar te maken. Ook noemt hij succesvolle initiatieven uit Groeifondsprogramma’s, een nieuwe generatie deeptech-start-ups en proeffabrieken binnen het kader van de EU Chips Act. Die laten zien dat Nederland in opkomende technologieën kan excelleren en dat het innovatievermogen springlevend is.
- Om deze positie te behouden en verder uit te bouwen, zijn volgens Robbers drie zaken noodzakelijk:
- Politieke wil voor structurele basisfinanciering op lange termijn
- Leiderschap en samenwerking tussen kennisinstellingen, multinationals, start-ups en overheid
- Strategische coördinatie tussen overheid en bedrijfsleven.
Onze technologische infrastructuur is gebaat bij langetermijnfinanciering van tien tot vijftien jaar. Alleen zo kan continuïteit worden geborgd en kunnen we technologische doorbraken realiseren. Dat biedt instituten en bedrijven de ruimte om solide ecosystemen op te bouwen, marktgedreven programma’s te ontwikkelen, internationaal talent aan te trekken en te behouden en disruptieve innovaties te laten landen bij bestaande én nieuwe bedrijven.
Volgens Robbers is dit noodzakelijk als fundament onder onze nationale welvaart en het verdienvermogen van morgen.
“BTG omarmt deze stellingname ten zeerste. We moeten in de actiestand komen en accuraat reageren op deze ontwikkelingen. Zoals het FD ook aangeeft: kennisinfrastructuur is geen projectmatige investering, maar een strategische basisinvestering. Het is tijd dat de overheid daadkracht toont en samen met bedrijfsleven en wetenschap via de Triple Helix doorpakt,” aldus Petra Claessen, voorzitter BTG.